De treinritten van en naar school duren voor mij ongelooflijk lang. Al zes jaar lang neem ik elke dag diezelfde trein. Ondertussen ken ik de meeste mensen die dagelijks met me meereizen net als de conducteurs en de treinbestuurders. Normaal gezien plof ik me neer en staar ik gedurende een uur uit het raam. Ik doorkruis zeer mooie natuur dus het zou zonde zijn om dat te negeren. Enkel om mijn abonnement te tonen aan de conducteur beweeg ik even om in mijn tas te grabbelen.

De mensen die over of naast me zitten kunnen me meestal gestolen worden. Ik ben niet asociaal hoor, ik geniet gewoon van de rust die ik dan heb. Enkel als ik mensen ken doe ik een praatje (van een uur) natuurlijk. Vandaag kreeg ik een wel heel speciale gast tegenover mij die meteen mijn aandacht trok. Ik zat rustig een kruiswoordraadsel in te vullen (de trein stond stil in het station dus weinig mooie natuur om naar te kijken) toen een dronken man over mij kwam zitten. Hij had niet enkel een halve bak bier in zijn jas zitten, hij had ook een Duitse Scheper bij. Je kent het wel, zo’n hond die meer weg heeft van een wilde bruine beer. Ik keek naar de hond, de hond keek naar mij en op dat moment beslisten we allebei dat wij nooit vrienden zouden worden. Die bloeddorstige blik in de ogen tegenover mijn kwade blik, die lange scherpe tanden tegenover mijn gebit dat niet gewend is om rauw vlees te verslinden, die poten met lange klauwen tegenover mijn fijne handen… we hadden maar weinig overeenkomsten.

De hond besloot om over mij te gaan zitten en me onophoudelijk aan te kijken. Ik kan je verzekeren dat ik schrik kreeg. Weglopen? Ja, was ik van plan. Meer nog, ik heb zelfs een ontsnappingspoging ondernomen en die zag er als volgt uit. Ik nam mijn jas en deed die aan maar terwijl ik druk in de weer was met mijn kledingstukken trapte ik op de poot van de hond. De hond schoot recht en versperde meteen de weg, alsof hij wilde zeggen “jij denkt nu toch niet dat ik je zomaar ga laten gaan”. De dronken man ondernam geen poging om de gemoederen te bedaren. Ik ben dan maar braaf blijven zitten, met een hond die me aankeek alsof hij me ging verscheuren.

Treinritten, na zes jaar kan ik ze nog altijd niet voorspellen.