Zondagnamiddag. Traditioneel hét moment om afscheid te nemen van mijn leuke weekend bij B. Ik zie er altijd enorm tegenop om de trein naar huis te nemen gewoon omdat ik zo lang onderweg ben en allemaal rare mensen zie tijdens het weekend. Wie mijn blog volgt weet dat ik altijd de nodige avonturen meemaak en dat was ook vandaag, op zondagnamiddag, weer niet anders.

Ik stond om xx.59u in H., de woonplaats van B., te wachten op de trein richting Antwerpen. De spoorlijn is traditioneel een lijn vol obstakels en ook vandaag was er weer vertraging, 7 minuten om precies te zijn. Ik maakte me stilaan al druk want om xx.34 uur vertrekt mijn trein in Antwerpen-centraal. Als de trein uit H. op tijd is kom ik in Antwerpen aan om xx.28u, genoeg om over te stappen dus zolang er geen vertraging is. Onderweg heeft de trein gelukkig wat tijd kunnen inhalen maar ik arriveerde toch maar om xx.32u in centraal. Ik besloot om via eerste klas helemaal naar voor in de trein te lopen om er zo snel uit te kunnen springen en me naar het andere perron te begeven. Wat er toen volgde was weer typisch mij.

Eens uit de trein zette ik het op een lopen. In mijn ene hand een laptoptas, aan mijn andere arm bengelde een zwaar geladen tas. Normaal gezien lach ik altijd met mensen die tevergeefs naar de trein lopen ook al zijn de deuren dicht. Ik heb die mensen ondertussen al onderverdeeld in verschillende categorieën, maar daar vertel ik later meer over.

Ik spurtte dus met al mijn bagage richting trein. De deuren waren al gesloten maar voor mij was er ook een gezin dat het op een loopje zette. Ik kon natuurlijk niet onderdoen dus ik liep met hen mee. De conducteur aanzag het allemaal en stond wat met zijn armen te zwaaien toen ik bijna aankwam. Ik vertraagde en dacht dat ik er niet meer in mocht. Geen probleem, ik kon ook een andere trein nemen maar dan had ik in het volgende station maar 2 minuten om over te stappen. (ja, inderdaad, ik moet tijdens het weekend 2 keer overstappen). Ik vroeg aan de conducteur of ik nog op de trein mocht. Hij antwoordde heel bezorgd: “Nee, ik riep: zie maar dat je niet valt”. Ik vroeg me meteen af hoe belachelijk ik er wel niet moet uitgezien hebben toen ik met mijn hele hebben en houden naar het verste deel van de trein liep.

Met het schaamrood op mijn wangen, zowel van het lopen als van de bezorgde conducteur, stapte ik in de overvolle wagon en veroverde een plaatsje. De conducteur kwam over me zitten en begon een praatje te maken. Hij was heel vriendelijk en begon over fotografie, photoshop en andere onderwerpen. Zoals ik in eerdere berichten al zei ken ik de conducteurs na zes jaar pendelen wel, zij mij ook blijkbaar.

Het was een interessant gesprek met een vriendelijke conducteur en voor één keer duurde mijn treinrit niet te lang. Terwijl ik dit typ zit er een andere conducteur naast me die een paar zwartrijdende jongens aanpakt. Bovendien vragen ze hem of ze Isobetadine krijgen tegen de hoofdpijn. (Eerst vroegen ze Dafalgan maar dat had de conducteur niet, enkel ontsmettingsmiddel zei hij). Ik zucht en denk in mezelf nogmaals, na zes jaar wennen de treinritten nog steeds niet!